Titerbepalingen

Steeds meer wordt bekend dat er geen noodzaak meer is voor een jaarlijkse vaccinatie. Dit is met wetenschappelijk onderzoek goed onderbouwd.

Voordat een dier gevaccineerd wordt, kan er aan de hand van een kleine hoeveelheid bloed bepaald worden of een dier nog adequate titers antilichamen in het bloed heeft en dus wel of niet gevaccineerd moet worden.

Dit kan met de Vaccicheck en Rapid status Titertest uitgevoerd worden bij de dierenarts. Voor paarden is er Fassisi Tetacheck beschikbaar.

Waar de Vaccicheck de graad van bescherming in waardes aangeeft,  geeft Rapid status titertest een indicatie antistoffen/geen antistoffen. Beiden zijn betrouwbaar mits ze goed worden uitgevoerd door de dierenarts.

Bij de katten wordt de titerbepaling nog relatief weinig uitgevoerd en dat is jammer. Bij de meting via de Vaccicheck wordt naast de waarden van de kattenziekte ook de niesziekte Calici en Herpes meegenomen. Dit zijn 2 verwekkers van niesziekte, die vaak voorkomen. De bepaling van antistoffen op de Calici en Herpes geven een indicatie van de bescherming van deze vormen van niesziekte. Bij voldoende bescherming geeft een lager risico dat de kat ziek wordt van de andere vormen van niesziekte. 

In Zeeland  kunt u terecht voor de Vaccicheck/Rapid Status Titertest met de juiste interpretaties bij:

Titersessies

  • Op dit moment zijn er nog geen titersessies bekend in Zeeland.

Pensions en hondenscholen
Goed nieuws voor mensen die hun hond of kat liever minder vaak willen laten inenten, titerbepalingen worden nu goedgekeurd door pensions! Ook steeds meer Kynologische organisaties en hondenscholen accepteren titerbepalingen!

Dan behoort wel de uitslag met de duur van geldigheid in het vaccinatieboekje vermeld te worden.

Vraag bij uw dierenarts altijd om het stripje/sticker met de uitslag te plakken in het dierenpaspoort.

Uitleg bij het lezen van de waarden op het stripje van de Vaccicheck
De strip dient met de brede zijde naar boven geplakt te worden en de juiste volgorde de uitslag erbij vermeld te worden.

Bij honden geldt:

  • Eerst stip = Controlestip/referentiestip (= waarde S3)
  • Tweede stip = Infectieuze Hepatitis (Canine Adeno-2 Virus of CAV-2; CAV-1)
  • Derde stip = Parvo (Canine Parvo-2 Virus of CPV-2)
  • Vierde stip = Hondenziekte (Canine Distemper Virus of CDV)

Bij katten geldt:

  • Bovenste stip:  Controlestip/referentiestip (= waarde S3)
  • Tweede stip = Kattenziekte (FPV)
  • Derde stip = Herpes (FHV-1 of FHeV-1)
  • Vierde stip = Calici (VCF)

 

 

 

 

Interpretatie VacciCheck:

Nog-niet-gevaccineerde pups of kittens:
Bij voorkeur pas vaccineren bij een uitslag van S1 of lager. Onderzoek en evidence-based practice tonen aan dat de kans dat een vaccinatie aanslaat, het grootst is bij een uitslag van S1 en lager.

Gevaccineerde pups of kittens:
Reeds gevaccineerde pups en kittens kunnen 3 tot 4 weken na vaccinatie getiterd worden. Indien er antilichamen worden gemeten is het niet altijd duidelijk of deze maternaal zijn of ontstaan zijn door de vaccinatie. In dat geval is het belangrijk om na 3 weken opnieuw een titerbepaling uit te voeren om te zien of de antilichaamtiters gedaald zijn (maternaal) of gelijk gebleven of verhoogd zijn. Afhankelijk van de waarden kan er vervolgens besloten worden om of opnieuw te titeren of tot vaccinatie over te gaan.

Gevaccineerde volwassen honden en katten:
Bij een uitslag van S3 en hoger kan drie jaar worden gewacht alvorens opnieuw te testen.
Bij een uitslag van S2 (zwak positief): na 1 à 2 jaar opnieuw testen.
Bij een uitslag van S1 of S0: bespreek met de eigenaar van het dier tegen welke ziekten er kan worden gevaccineerd.

Samengevat bij volwassen honden en katten

  • Lichter dan controle stip => lager dan S3 (Neuwe Vaccicheck na 1-2 jaar)
  • Donkerder dan controle stip => Hoger dan S3 (Nieuwe Vaccicheck na 3 jaar

Terug naar: Doordacht vaccineren, Extra